klein liedje
‘Echt jarig zijn, dat wilde hij niet.
Echt is zo ingewikkeld, dacht hij. Denken is veel makkelijker.
Zo zat hij voor zijn deur en bedacht de mooiste verjaardagen.
Soms leek het zelfs of die verjaardagen konden praten en vleugels hadden en konden vliegen en met glinsterende ogen naar hem keken en wuifden.
Maar zijn echte verjaardag vierde hij nooit. Misschien later eens, dacht hij. Misschien wordt echt later wel makkelijk. Maar dat vond hij zo’n ingewikkelde gedachte dat hij vlug aan een kleine verjaardag dacht, met de eekhoorn en de krekel en de schildpad. Ze aten gestoofde honingkoek en de krekel sjirpte een klein liedje. De zon ging onder en achter hem lagen zijn cadeaus. Die moest hij nog bedenken. Kleine cadeaus, maar wel hele mooie cadeaus.
Hij wreef zich in zijn handen en leunde tevreden achterover, op zijn krukje, voor zijn deur.’
Toon Tellegen







